Vertaling van kloek

Inhoud:

Nederlands
Engels
boud, dapper, kloek, koen, moedig {bn.}
brave 
courageous 
valiant
bold 
daring
unflinching
kloek [v] (de ~), broedhen, klok, klokhen {zn.}
sitter
setting hen
broody
broody hen
brood hen
kloek, lijvig {bn.}
bulky
moedig, dapper, kloekmoedig, koen, kranig, onbevreesd, onversaagd, onverschrokken, onvervaard, kloek, stout {bn.}
brave
courageous


Gerelateerd aan kloek

boud - dapper - koen - moedig - broedhen - klok - klokhen - lijvig - kloekmoedig - kranig - onbevreesd - onversaagd - onverschrokken - onvervaard - stoutkip - dik