Vertaling van kreuk

Inhoud:

Nederlands
Engels
kreukel [m] (de ~), kreuk [m] (de ~) {zn.}
plication
fold
flexure
crimp
crease
bend
verkreuken, kreukelen, kreuken, verkreukelen {ww.}
to scrunch up
to wrinkle
to scrunch
to ruckle
to crisp
to crinkle
to crease

ik kreuk

I wrinkle
» meer vervoegingen van to wrinkle

verkreukelen, kreukelen, kreuken, verfomfaaien {ww.}
to rumple
to pucker
to crumple
to knit
to cockle

ik kreuk

I rumple
» meer vervoegingen van to rumple


Gerelateerd aan kreuk

kreukel - verkreuken - kreukelen - kreuken - verkreukelen - verfomfaaienvouw - vouwen - rimpelen