Vertaling van lachen

Inhoud:

Nederlands
Engels
lachen {ww.}
to laugh 

wij lachen
jullie lachen
zij lachen

we laugh
you laugh
they laugh
» meer vervoegingen van to laugh

Hij doet niks dan lachen.
He does nothing but laugh.
Dat bracht me aan het lachen.
That made me laugh.
lachen {ww.}
to laugh
to express mirth
to express joy

wij lachen
jullie lachen
zij lachen

we laugh
you laugh
they laugh
» meer vervoegingen van to laugh



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij barstte in lachen uit.

He burst into laughter.

Hij doet niks dan lachen.

He does nothing but laugh.

Ik kon niet stoppen met lachen.

I could not stop laughing.

Dat bracht me aan het lachen.

That made me laugh.

Ik zei dat alleen maar om te lachen.

It was just a joke.


Gerelateerd aan lachen

uiten