Vertaling van naamwoord

Inhoud:

Nederlands
Engels
naamwoord [o] (het ~), nomen [o] (het ~) {zn.}
noun
benaming [v], naam, naamwoord {zn.}
name 
denomination
appellation
Mijn naam is Ludwig.
My name is Ludwig.
Mijn naam is Yatarou.
My name is Yatarou.

Gerelateerd aan naamwoord

nomen - benaming - naamwoord