Vertaling van ongemakkelijk

Inhoud:

Nederlands
Engels
ongemakkelijk, ongerieflijk {bn.}
uncomfortable 
ongelegen, ongemakkelijk, ongeschikt {bn.}
inconvenient 
awkward
onbehaaglijk, ongemakkelijk {bn.}
annoying
bothersome
galling
irritating
nettlesome
pesky
pestering
pestiferous
plaguey
plaguy
teasing
vexatious
vexing
bezwaarlijk, deksels, donders, hinderlijk, mirakels, ongemakkelijk, sakkers, storend, lastig {bn.}
troublesome
ongerieflijk, oncomfortabel, ongeriefelijk, ongemakkelijk {bn.}
unacceptable

Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Ik voel me ongemakkelijk.

I'm uncomfortable.

Voel je je ongemakkelijk?

Are you uncomfortable?

Tom lijkt ongemakkelijk en geirriteerd.

Tom seems uncomfortable and annoyed.

Zo'n klapstoel zit erg ongemakkelijk.

A folding chair like that is very uncomfortable.