Vertaling van oom
old boy
Voorbeelden in zinsverband
Mijn oom heeft drie kinderen.
My uncle has three children.
Ik zal volgende week mijn oom bezoeken.
I'll visit my uncle next week.
Mijn oom is gisteren overleden aan maagkanker.
My uncle died of cancer of the stomach yesterday.
Mijn oom heeft mij een boek gegeven.
My uncle gave me a book.
Ik ben naar mijn oom vernoemd.
I was named after my uncle.
Tom woont nu bij zijn oom.
Tom is living with his uncle now.
Mijn oom is gediagnosticeerd met leukemia.
My uncle has been diagnosed with leukemia.
Gisteren heeft mijn oom een hond gekocht.
Yesterday my uncle bought a dog.
Mijn oom woont in de buurt van de school.
My uncle lives near the school.
Oom Bob nodigde ons uit voor het avondeten.
Uncle Bob invited us to have dinner.
De auto van mijn oom is sneller dan de mijne.
My uncle's car is faster than mine.
Ik ontving een telegram dat mijn oom aangekomen was.
I received a telegram saying that my uncle had arrived.
Heeft uw oom u zijn auto laten besturen?
Did your uncle let you drive his car?
Is jullie oom nog steeds in het buitenland?
Is your uncle still abroad?
Mijn oom heeft dit boek voor mij gekocht.
My uncle bought me this book.