Vertaling van politicus

Inhoud:

Nederlands
Engels
politicus [m], staatsman [m] {zn.}
politician
De politie trof de politicus dood aan in zijn kamer.
The police found the politician dead in his room.
tacticus [m] (de ~), diplomaat, strateeg [m] (de ~), politicus [m] (de ~) {zn.}
diplomat
diplomatist
Je zou een goede diplomaat zijn.
You would make a good diplomat.
Hij was een dichter en een diplomaat.
He was a poet and diplomat.
politieker, staatsman [m] (de ~), politicus [m] (de ~) {zn.}
politician
politico
political leader
pol


Gerelateerd aan politicus

staatsman - tacticus - diplomaat - strateeg - politiekerpersoon - bestuurder