Vertaling van slap

Inhoud:

Nederlands
Engels
slap, soepel {bn.}
limp
slap {bn.}
feeble 
fragile 
frail
infirm
plat, slap {bn.}
flat 
los, slap {bn.}
loose 
relaxed
slack 
flauw, lijzig, loom, lusteloos, slap, sloom, traag, vadsig {bn.}
lifeless 
mundane
unexciting
wooden 
listless 

Gerelateerd aan slap

soepel - plat - los - flauw - lijzig - loom - lusteloos - sloom - traag - vadsig