Vertaling van team

Inhoud:

Nederlands
Engels
equipe [v], ploeg, team {zn.}
team 
Welk team zal winnen?
Which team will win?
Ons team heeft de wedstrijd gewonnen.
Our team won the game.
team [o] (het ~) {zn.}
working party
working group
afdeling [v], detachement [o], team {zn.}
team 
shift 
unit 
squad
force 
detachment 
George is onze team aanvoerder.
George is the captain of our team.
Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.
The French team scored as many goals as the English team.
ploeg [m] (de ~), sportploeg, team [o] (het ~) {zn.}
team
squad
Onze ploeg heeft onze tegenstander met 5-4 verslagen.
Our team defeated our opponent 5-4.
Welk team heeft de wedstrijd gewonnen?
Which team won the game?


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.

The French team scored as many goals as the English team.

George is onze team aanvoerder.

George is the captain of our team.

Ons team heeft alle wedstrijden verloren.

Our team lost all its games.

Ik hoop dat ons team wint.

I hope our team will win.

Tom is de beste speler van het team.

Tom is the best player on the team.

Juist zoals Max het voorspeld had heeft onze team verloren.

Just as Max predicted, our team lost.

Ik zou me wensen, dat hij in onze team zou zijn.

I wish he were on our team.


Gerelateerd aan team

equipe - ploeg - afdeling - detachement - sportploeg