Vertaling van ticket
Inhoud:
Nederlands
Engels
ticket , vliegticket {zn.}
air ticket
Vergeet het kaartje niet.
Don't forget the ticket.
Ik heb geen ticket.
I don't have a ticket.
ticket , passagebiljet {zn.}
ticket
Uw ticket, alstublieft.
Please show your ticket.
Waar heeft u het ticket gekocht?
Where did you buy the ticket?
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Engels
Ik heb geen ticket.
I don't have a ticket.
Waar heeft u het ticket gekocht?
Where did you buy the ticket?