Vertaling van triviaal

Inhoud:

Nederlands
Engels
onbenullig, plat, triviaal, vulgair {bn.}
commonplace
vulgar 
coarse 
onbelangrijk, triviaal, verwaarloosbaar, onnozel {bn.}
unimportant
banaal, triviaal {bn.}
banal
commonplace
hackneyed
old-hat
shopworn
stock
threadbare
timeworn
tired
trite
well-worn

Gerelateerd aan triviaal

onbenullig - plat - vulgair - onbelangrijk - verwaarloosbaar - onnozel - banaalalledaags