Vertaling van tuin
Voorbeelden in zinsverband
Wat een prachtige tuin.
What a beautiful garden!
Ik kom uit de tuin.
I'm coming from the garden.
Helen speelt in de tuin.
Helen is playing in the garden.
Hadden we maar een tuin!
If only we had a garden!
Er zijn veel appelbomen in de tuin.
There are many apple trees in the garden.
Alle bloemen in de tuin zijn geel.
All the flowers in the garden are yellow.
Er waren geen rozen in de tuin.
There weren't any roses in the garden.
De tuin is leeg en bruin.
The garden is bare and brown.
De kerstman stond in de tuin.
Santa Claus was standing in the garden.
Er was niemand in de tuin.
There was nobody in the garden.
Ik heb een appelboom geplant in mijn tuin.
I planted an apple tree in my garden.
De haas stal een wortel uit de tuin.
The hare stole a carrot from the garden.
Deze tuin is op zijn mooist in het voorjaar.
The garden is at its best in spring.
Ik heb een appelboom geplant in mijn tuin.
I planted an apple tree in my yard.
Ik bond mijn hond aan de boom in de tuin vast.
I tied my dog to the tree in the yard.