Vertaling van twintig

Inhoud:

Nederlands
Engels
twintig {telw.}
twenty 


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Twintig families leven hier.

Twenty families live here.

Ik ben twintig geworden.

I have turned 20.

Ze is net twintig geworden.

She has just turned twenty.

Twintig jaar is een lange tijd.

Twenty years is a long time.

Kan ik je binnen twintig minuten terugbellen?

Can I call you back in twenty minutes?

Ze rookt twintig sigaretten per dag.

She smokes 20 cigarettes a day.

In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.

For the first twenty years of her life, she was often mistaken for a boy.

Ik ben niet van plan om voor twintig man te koken.

I'm not willing to cook dinner for twenty people.