Vertaling van voor zijn

Inhoud:

Nederlands
Engels
voorafgaan, voor zijn {ww.}
to precede


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Engels

Hij boog voor zijn leerkracht.

He bowed to his teacher.

Mijn computer moet ergens goed voor zijn.

My computer has got to be useful for something.

Hij had schrik voor zijn vrouw.

He was afraid of his wife.

Het kind vluchtte voor zijn leven.

The child flew for his life.

Hij maakte de straat voor zijn huis sneeuwvrij.

He cleared the road in front of his house of snow.

De jongen groef een graf voor zijn hond die gestorven was.

The boy dug a grave for his dog that had died.


Gerelateerd aan voor zijn

voorafgaan