Vertaling van weekeinde

Inhoud:

Nederlands
Engels
weekeinde, weekend {zn.}
week-end
weekend [o] (het ~), weekeinde [o] (het ~) {zn.}
weekend
Hoe was je weekend?
How was your weekend?
Hij komt bijna elk weekend thuis.
He comes home almost every weekend.


Gerelateerd aan weekeinde

weekendperiode