Vertaling van wortelen
Inhoud:
Nederlands
Engels
stoelen, wortelen, worteltrekken {ww.}
to be rooted
Het konijn eet de wortel.
The rabbit is eating the carrot.
Voeg de geraspte wortel toe aan de vulling.
Add the shredded carrot to the stuffing.
teruggaan, wortelen {ww.}
to spring up
to uprise
to rise
to originate
to grow
to develop
to arise
to uprise
to rise
to originate
to grow
to develop
to arise
zij wortelen
they uprise
» meer vervoegingen van to uprise
aangaan, wortelen, aanslaan {ww.}
to root
zij wortelen
they root
» meer vervoegingen van to root
worteltje, wortel {zn.}
carrot
daucus carota sativa
cultivated carrot
daucus carota sativa
cultivated carrot
De haas stal een wortel uit de tuin.
The hare stole a carrot from the garden.
oorsprong , oerbron, origine , wortel (mv. wortelen) , begin , kiem {zn.}
beginning
root
origin
source
rootage
root
origin
source
rootage
Geld is de wortel van alle kwaad.
Money is the root of all evil.
Wat is de wortel van 100?
What's the square root of 100?
worteltje, wortel (mv. wortelen) {zn.}
root
radix, wortelgetal, wortel (mv. wortelen) {zn.}
root