Vertaling van aan zijn
Inhoud:
Nederlands
Spaans
aan zijn, branden {ww.}
arder
quemarse
quemarse
Met deze ogen zal ik bergen zien branden.
Con estos ojos, veré arder a las montañas.
De pastoor zei dat Tom in de hel zal branden.
El pastor dijo que Tom iba a arder en el infierno.
aanbelanden, aanlanden, terechtkomen {ww.}
recalar
wij zijn aanbeland
jullie zijn aanbeland
zij zijn aanbeland
nosotros hemos recalado
vosotros habéis recalado
ellos/ellas han recalado
» meer vervoegingen van recalar