Vertaling van baan
Inhoud:
Nederlands
Spaans
baan , parcours {zn.}
pista de carreras
baan , kogelbaan {zn.}
trayectoria
baan {zn.}
vía
camino
camino
baan , gang , overloop, rijstrook {zn.}
corredor
pasillo
pasillo
baan , breedte {zn.}
anchura
baan , spoor {zn.}
pista
vía
ruta
vía
ruta
Neem om het even welke trein op spoor 5.
Toma cualquier tren de la pista 5.
baan , route , weg {zn.}
camino
vía
vía
ambt , baan , betrekking , werkkring , plaats , post, wachtpost {zn.}
cargo
puesto
puesto
ambt , baan , betrekking , werkkring , plaats , functie {zn.}
empleo
función
oficio
cargo
función
oficio
cargo
Tom is op zoek naar een baan.
Tom está buscando un empleo.
Jouw baan hangt aan een zijden draadje.
Tu empleo pende de un hilo.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Ik dacht net aan een nieuwe baan.
Estaba pensando en un nuevo trabajo.
Tom is op zoek naar een baan.
Tom está buscando un empleo.
Ik ben een baan aan het zoeken.
Estoy buscando trabajo.