Vertaling van bank
Inhoud:
Nederlands
Spaans
bank , bok , ezel , stellage , rek, schraag, stander, werkbank {zn.}
banco
caballete
mesa
caballete
mesa
Waar is de bank?
¿Dónde está el banco?
Hij werkt bij een bank.
Trabaja en el banco.
bank {zn.}
banco
Waar is de bank?
¿Dónde está el banco?
Is de bank open?
¿Está abierto el banco?
bank {zn.}
banco
Hij werkt bij een bank.
Él trabaja en un banco.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Waar is de bank?
¿Dónde está el banco?
Hij werkt bij een bank.
Trabaja en el banco.
Waar is de dichtstbijzijnde bank?
¿Dónde está el banco más cercano?
Waar is de dichtstbijzijnde bank?
¿Dónde está el banco más cercano?
Laten we op de bank zitten.
Sentémonos en la banca.
De bank leende hem vijfhonderd dollar.
El banco le prestó 500 dólares.
Waarom heb je de bank rood geschilderd?
¿Por qué has pintado de rojo el banco?
Die twee daar op de bank waren Amerikanen.
Los dos hombres sentados en la banca eran estadounidenses.
Ik zag een jonge men liggen op de bank onder de kerselaar in het park.
Vi a un joven echado en la banca bajo el cerezo en el parque.