Vertaling van buiten

Inhoud:

Nederlands
Spaans
buiten, daarbuiten, uiterlijk {bw.}
fuera
buiten [o], buitenverblijf [o] {zn.}
casa de campo [v] (la ~)
buiten [o], buitenverblijf [o], landhuis, villa {zn.}
finca [v] (la ~)
casa de campo [v] (la ~)
buiten {vz.}
fuera de
buiten, op het land, op het platteland {bw.}
en el campo
behalve, buiten, ongerekend {vz.}
además de
fuera de
behalve, bij uitzondering, buiten, op ... na, uitgezonderd {bw.}
excepto
menos


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

We zijn buiten gevaar.

Estamos fuera de peligro.

Het sneeuwt buiten.

Afuera está nevando.

Dat is buiten mijn studiegebied.

Eso está fuera de mi campo de estudio.

Vandaag moeten we buiten slapen.

Hoy tenemos que dormir afuera.

Het is nog klaar buiten.

Todavía está claro afuera.

Tegenwoordig spelen kinderen niet buiten.

Hoy en día los niños no juegan afuera.

Ze was nu buiten gevaar.

Entonces se encontró fuera de peligro.

Ik wil deze namiddag niet buiten gaan.

No quiero salir esta tarde.

Mijn vader leeft op de buiten.

Mi padre vive en el campo.

Kun je eieren bewaren buiten de koelkast?

¿Los huevos se pueden mantener fuera de la heladera?

Kam uw haar voordat ge buiten gaat.

Péinate antes de salir.

Ik ga buiten spelen. Ga je mee?

Voy afuera a jugar. ¿Vas?

En als we deze avond eens buiten gingen eten?

¿Qué tal si salimos a comer afuera esta noche?

Speel buiten in plaats van televisie te kijken.

Ve a jugar afuera en vez de ver la tele.

Hoewel het regende, moest ik toch naar buiten.

A pesar de que llovía, debía ir afuera.