Vertaling van calculeren

Inhoud:

Nederlands
Spaans
calculeren, rekenen, berekenen, tellen, uitrekenen {ww.}
contar
calcular

wij calculeren
jullie calculeren
zij calculeren

nosotros contamos
vosotros contáis
ellos/ellas cuentan
» meer vervoegingen van contar

Ze is nog maar twee jaar, maar ze kan al tot 100 tellen.
Ella sólo tiene dos años pero es capaz de contar hasta cien.


Gerelateerd aan calculeren

rekenen - berekenen - tellen - uitrekenen