Vertaling van dikwijls

Inhoud:

Nederlands
Spaans
dikwijls, gedurig, menigmaal, vaak, veel, veelal, veeltijds {bw.}
a menudo
con frecuencia


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Hij gaat dikwijls te voet naar school.

Él va a menudo a pie al colegio.

Hij rijdt dikwijls naar de bibliotheek.

Él a menudo va conduciendo a la biblioteca.

In haar twintig eerste levensjaren werd ze dikwijls voor een jongen gehouden.

Durante los primeros veinte años de su vida ella a menudo fue confundida por un varón.

Men zegt dikwijls dat Japans een moeilijke taal is om te leren.

A menudo se dice que el japonés es una lengua difícil de aprender.


Gerelateerd aan dikwijls

gedurig - menigmaal - vaak - veel - veelal - veeltijds