Vertaling van dorp

Inhoud:

Nederlands
Spaans
dorp [o], plaats [v] {zn.}
lugar [m] (el ~)
pueblo [m] (el ~)
aldea [v] (la ~)
Hij woont in een dorp.
Él vive en una aldea.
De wereld is een klein dorp.
El mundo es un pequeño pueblo.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Iedereen in het dorp kende hem.

Todos en la villa lo conocían.

Ik zou graag dit dorp verlaten en nooit meer terugkeren.

Me gustaría dejar esta ciudad para no volver nunca.

Vorig jaar kwam ik terug thuis en was ik verrast, dat het dorp en de mensen helemaal veranderd waren.

El año pasado volví a casa y me sorprendió que el pueblo y la gente habían cambiado completamente.


Gerelateerd aan dorp

plaats