Vertaling van gebroken
Inhoud:
Nederlands
Spaans
gebroken, kapot, stuk {bn.}
entrecortado
roto
roto
breken {ww.}
refractar
ik heb gebroken
jij hebt gebroken
hij/zij/het heeft gebroken
yo he refractado
tú has refractado
él/ella ha refractado
» meer vervoegingen van refractar
breken {ww.}
refractarse
breken, afbreken, doorbreken, schenden, stukbreken, verbreken {ww.}
romper
quebrar
quebrar
ik heb gebroken
jij hebt gebroken
hij/zij/het heeft gebroken
yo he roto
tú has roto
él/ella ha roto
» meer vervoegingen van romper
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Wie heeft dit gebroken?
¿Quién lo rompió?
Hij heeft zijn belofte gebroken.
Él ha roto su palabra.
Ik heb een glas gebroken.
Rompí un vaso.
Denk je dat hij de vent is die het raam heeft gebroken?
¿Crees que él es el tipo que rompió la ventana?