Vertaling van gezicht

Inhoud:

Nederlands
Spaans
air [o], gelaatsuitdrukking [v], gezicht [o], uiterlijk, uitzicht {zn.}
aspecto [m] (el ~)
aires
semblante [m] (el ~)
zicht, gezicht [o], gezichtsvermogen {zn.}
vista [v] (la ~)
Het was liefde op het eerste gezicht.
Fue amor a primera vista.
Ik was verliefd op het eerste gezicht.
Me enamoré a primera vista.
droombeeld [o], droomgezicht [o], gezicht [o], visioen {zn.}
aparición [v] (la ~)
visión [v] (la ~)
gelaat [o], aangezicht [o], gezicht [o], toet [m], facie, porem {zn.}
cara [v] (la ~)
rostro [m] (el ~)
Zijn gezicht werd rood.
Su rostro se puso rojo.
Een voldane blik verscheen op zijn gezicht.
Una mirada contenta apareció en su rostro.
maaien, zichten {ww.}
segar

ik heb gezicht
jij hebt gezicht
hij/zij/het heeft gezicht

yo he segado
tú has segado
él/ella ha segado
» meer vervoegingen van segar



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Zijn gezicht werd rood.

Su rostro se puso rojo.

De vader wast zijn gezicht.

El padre se lava la cara.

De clown trok een grappig gezicht.

El payaso hizo una mueca graciosa.

Ryoko heeft een schattig klein gezicht.

Ryoko tiene una carita linda.

Zij sloeg hem in het gezicht.

Ella le abofeteó.

Tom stompte hem in het gezicht.

Tom le pegó en la cara.

Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.

Se secó el sudor de la cara.

Ik was altijd mijn gezicht met water en zeep.

Siempre me lavo la cara con agua y jabón.

Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.

Él se enamoró a primera vista de ella.

Iets in zijn gezicht herinnerde mij aan een oude vriend van mij.

Algo en su cara me recordaba verdaderamente a un viejo novio mío.