Vertaling van keer

Inhoud:

Nederlands
Spaans
keer, maal {zn.}
vez [v] (la ~)
Ik heb keer op keer geprobeerd.
Intenté una y otra vez.
Lees het nog een keer.
Léalo otra vez.
draai [m], draaiing [v], wending [v], wieling [v], zwenking [v], keer, zwenk {zn.}
vuelta [v] (la ~)
rotación [v] (la ~)
giro [m] (el ~)
draaien, keren, omdraaien, ronddraaien, wenden, wentelen, zwenken {ww.}
voltear
hacer dar vueltas
hacer girar
volver

ik keer

yo volteo
» meer vervoegingen van voltear

aanhouden, keren, stilleggen, stilzetten, stoppen, stuiten {ww.}
parar

ik keer

yo paro
» meer vervoegingen van parar

Ik kon niet stoppen met lachen.
No podía parar de reír.
keren {ww.}
volver del revés


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Tot de volgende keer.

Hasta la próxima.

Gedane zaken nemen geen keer.

No tiene caso llorar sobre leche derramada.

Laat het me één keer zeggen.

Deja que lo diga solo una vez.

Hij verdient twee keer zoveel als ik.

Él gana el doble que yo.

Je bent tien keer zwaarder dan ik.

Eres diez veces más pesado que yo.

Deze keer zal ik het proberen.

Esta vez lo intentaré.

Hij verdient drie keer zoveel als ik.

Él gana tres veces más que yo.

Er is altijd een volgende keer.

Siempre hay una próxima vez.

Hij verdient drie keer meer dan ik.

Él gana tres veces más que yo.

De telefoon ging een paar keer over.

El teléfono ha sonado varias veces.

Negen keer op tien raad ik juist.

Yo adivino bien nueve de cada diez veces.

Ik zwem één keer per week.

Yo nado una vez a la semana.

Hij heeft Europa een paar keer bezocht.

Él ha visitado Europa varias veces.

We hadden vandaag twee keer loos alarm.

Hoy tuvimos dos falsas alarmas.

Ik kan me de eerste keer nog herinneren.

Recuerdo la primera vez.


Gerelateerd aan keer

maal - draai - draaiing - wending - wieling - zwenking - zwenk - draaien - keren - omdraaien - ronddraaien - wenden - wentelen - zwenken - aanhouden