Vertaling van kleren
Inhoud:
Nederlands
Spaans
kleding , goed , kleren {eigenn.}
ropa
garderobe , kleding , plunje , kleren {zn.}
indumentaria
vestuario
ropaje
vestuario
ropaje
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Ze wou de vuile kleren wassen.
Ella quería lavar la ropa sucia.
Mijn kleren waren vuil van de olie.
Mi ropa estaba sucia con aceite.
Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
Me daba vergüenza salir con ropa vieja.
Je ziet er goed uit in die kleren.
Te ves bien con esa ropa.
De volgende morgen kwam Dima uit de vuilcontainer en realiseerde zich dat zijn kleren nu allemaal naar vuilnis stonken.
A la mañana siguiente, Dima salió del contenedor, pero sólo para darse cuenta de que toda su ropa ahora olía a basura.