Vertaling van leeg
Inhoud:
Nederlands
Spaans
hol, ledig, leeg, lens, loos {bn.}
vacío
ledigen, legen, lenzen, lichten, ruimen, uithalen {ww.}
vaciar
ik leeg
yo vacío
» meer vervoegingen van vaciar
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
De autobatterij is leeg
La batería del auto está muerta.
Al de dozen zijn leeg.
Todas las cajas están vacías.
Ik heb de doos leeg gevonden.
Encontré la caja vacía.
Ze zat op een leeg strand naar de één voor één aanspoelende golven te kijken.
Ella se sentó en la playa vacía, viendo las olas venir una tras otra.