Vertaling van lenen
tomar en préstamo
wij lenen
jullie lenen
zij lenen
nosotros prestamos
vosotros prestáis
ellos/ellas prestan
» meer vervoegingen van prestar
dejar
wij lenen
jullie lenen
zij lenen
nosotros prestamos
vosotros prestáis
ellos/ellas prestan
» meer vervoegingen van prestar
adelantar
wij lenen
jullie lenen
zij lenen
nosotros adelantamos
vosotros adelantáis
ellos/ellas adelantan
» meer vervoegingen van adelantar
Voorbeelden in zinsverband
Mag ik jouw radio lenen?
¿Me prestas tu radio?
Ik zal je dit woordenboek lenen.
Te voy a prestar este diccionario.
Ik kan je dit boek niet lenen.
No puedo prestarle este libro.
Veel talen lenen woorden uit de Engelse woordenschat.
Muchas lenguas toman palabras del inglés.
Ik heb het lef niet om mijn baas te vragen of ik zijn auto mag lenen.
No tengo el coraje de pedirle a mi jefe que me preste su auto.
Hij zegt dat hij mij het boek zal lenen als hij ermee klaar is.
Dice que me prestará el libro cuando haya acabado con él.
"Wacht even," zei Dima, terwijl hij zijn telefoon tevoorschijn haalde, "ik weet iemand die me wel wat geld zou kunnen lenen."
- Espere un momento, -dijo Dima sacando su teléfono- conozco a alguien que podría prestarme algo de dinero.