Vertaling van neervallen
Inhoud:
Nederlands
Spaans
vallen, afvallen, neervallen, verschieten {ww.}
caer
ik zal neervallen
jij zult neervallen
hij/zij/het zal neervallen
yo caeré
tú caerás
él/ella caerá
» meer vervoegingen van caer
Laat dat glas niet vallen.
No dejes caer ese vaso.
"Dima?!" Al-Sayib was zo verbijsterd, dat hij zijn Fanta op zijn computer liet vallen en daarmee zijn jacht op noobs ruïneerde. "Dima?! Ben jij dat echt?!"
—¡¿Dima?! —Al-Sayib estaba tan sorprendido que dejó caer su Fanta sobre el ordenador, arruinando así su caza de novatos— ¡¿Dima?! ¡¿Eres realmente tú?!