Vertaling van onderscheiden
Inhoud:
Nederlands
Spaans
onderkennen, onderscheiden, onderscheid maken tussen {ww.}
distinguir
wij onderscheiden
jullie onderscheiden
zij onderscheiden
nosotros distinguimos
vosotros distinguís
ellos/ellas distinguen
» meer vervoegingen van distinguir
Kan jij boter van margarine onderscheiden?
¿Sabes distinguir la mantequilla de la margarina?
Realiteit en fantasie zijn moeilijk te onderscheiden.
La realidad y la fantasía son difíciles de distinguir.
decoreren, onderscheiden, versieren {ww.}
decorar
wij onderscheiden
jullie onderscheiden
zij onderscheiden
nosotros decoramos
vosotros decoráis
ellos/ellas decoran
» meer vervoegingen van decorar