Vertaling van oog

Inhoud:

Nederlands
Spaans
oog [o], punt, spikkel, stip {zn.}
punto [m] (el ~)
Ze staan op het punt weg te gaan.
Están a punto de irse.
Ik sta op het punt uit te gaan.
Estoy a punto de salir.
oog [o], kijker [m] {zn.}
ojo [m] (el ~)
Ik heb een glazen oog.
Tengo un ojo de cristal.
Tom heeft een blauw oog.
Tom tiene un ojo morado.
oog [o], kiem, zaad, zaadkiem {zn.}
gérmen [m] (el ~)
gat [o], oog [o] {zn.}
orificio [m] (el ~)
agujero [m] (el ~)


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Ik heb iets in mijn oog.

Tengo algo en el ojo.

Uit het oog, uit het hart.

Ojos que no ven, corazón que no siente.

Ik weet dat hij me in het oog houdt.

Yo sé que él me está observando.


Gerelateerd aan oog

punt - spikkel - stip - kijker - kiem - zaad - zaadkiem - gat