Vertaling van op tijd

Inhoud:

Nederlands
Spaans
bijtijds, op tijd, tijdig {bw.}
a tiempo


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Hij is altijd op tijd.

Siempre llega a tiempo.

Soms komt de trein niet op tijd.

A veces no llega el tren a tiempo.

In het vervolg zal ik proberen op tijd te komen.

Trataré de venir a tiempo en el futuro.

Ik was deze morgen niet op tijd op school.

No llegué a tiempo al colegio esta mañana.

We namen een taxi om er op tijd te geraken.

Nosotros tomamos un taxi para llegar a tiempo.

Bussen in het land komen gewoonlijk niet op tijd.

En el campo, los buses comúnmente no llegan a tiempo.


Gerelateerd aan op tijd

bijtijds - tijdig