Vertaling van poot

Inhoud:

Nederlands
Spaans
voet [m], poot [m] {zn.}
pie [m] (el ~)
pata [v] (la ~)
Ik ga te voet naar school.
Voy al colegio a pie.
De jongen stond expres op mijn voet.
El niño pisó mi pie a propósito.
been [o], onderbeen [o], poot [m] {zn.}
pierna [v] (la ~)
miembro inferior
De soldaat was gewond aan het been.
El soldado fue herido en la pierna.
Zijn gewonde been begon opnieuw te bloeden.
Su pierna herida empezó a sangrar de nuevo.
homo, homofiel, homosexueel, flikker, poot {zn.}
homosexual
homo [m] (el ~)
marica [m] (el ~)
maricón [m] (el ~)
planten, aanplanten, poten {ww.}
plantar

ik poot
jij poot
hij/zij/het poot

yo planto
plantas
él/ella planta
» meer vervoegingen van plantar


Gerelateerd aan poot

voet - been - onderbeen - homo - homofiel - homosexueel - flikker - planten - aanplanten - poten