Vertaling van prijs

Inhoud:

Nederlands
Spaans
prijs {zn.}
precio [m] (el ~)
Iedereen heeft zijn prijs.
Todos tienen su precio.
De prijs is juist.
El precio es correcto.
premie [v], prijs {zn.}
precio [m] (el ~)
prémio [m] (el ~)
Ze werden het eens over de prijs.
Acordaron un precio.
Kan je de prijs een beetje laten zakken?
¿Podrías bajar un poco el precio?
loven, prijzen, roemen, verheerlijken {ww.}
loar
enaltecer
honrar
dignificar

ik prijs

yo loo
» meer vervoegingen van loar

lof toezwaaien, loven, prijzen, roemen {ww.}
elogiar
alabar

ik prijs

yo elogio
» meer vervoegingen van elogiar



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Iedereen heeft zijn prijs.

Todos tienen su precio.

De prijs is juist.

El precio es correcto.

Ieder van hen kreeg een prijs.

Cada uno de ellos recibió un premio.

Ik kon de eerste prijs winnen.

Logré ganar el primer premio.

Ze werden het eens over de prijs.

Acordaron un precio.

Hij won vorige week de prijs.

Ganó el premio la semana pasada.

Ze pochte met het winnen van de eerste prijs.

Presumía de haber ganado el primer premio.

Kan je de prijs een beetje laten zakken?

¿Podrías bajar un poco el precio?

Het meisje kreeg een prijs voor goed gedrag.

A la niña le dieron un premio por buena conducta.

Elk van de drie jongens hebben een prijs gewonnen.

Cada uno de los tres niños se ganó un premio.

De prijs van rijst steeg met drie procent.

El precio del arroz subió un tres por ciento.

Het is waar dat hij de eerste prijs gewonnen heeft.

Es verdad que ha ganado el primer premio.

"Onze baas heeft aangedrongen op die prijs," legde de verkoopster uit. "Maar weet u, u hoeft me geen 0,99 in kopeken te betalen. U mag meer betalen als u wilt."

- Nuestro jefe insistió en que pusiéramos ese precio -le explicó la dependienta-. Pero bueno, usted no tiene por qué pagarme 0,99 en kopeks, puede pagar más si quiere.


Gerelateerd aan prijs

premie - loven - prijzen - roemen - verheerlijken - lof toezwaaien