Vertaling van raar
Inhoud:
Nederlands
Spaans
eigenaardig, gek, raar, vreemd, vreemdsoortig, wonderlijk {bn.}
extraño
raro
raro
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Spaans
Zijn verhaal klinkt raar.
Su historia suena extraña.
Wat ze zei klinkt raar.
Lo que ella dijo suena raro.