Vertaling van schade

Inhoud:

Nederlands
Spaans
schade [v] {zn.}
daño [m] (el ~)
De vorst heeft veel schade aan de gewassen gedaan.
La helada hizo mucho daño a los cultivos.
afbreuk [v], schade [v], nadeel {zn.}
daño [m] (el ~)
detrimento [m] (el ~)


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

De storm veroorzaakte veel schade.

La tormenta causó numerosos daños.

De vorst heeft veel schade aan de gewassen gedaan.

La helada hizo mucho daño a los cultivos.


Gerelateerd aan schade

afbreuk - nadeel