Vertaling van spek

Inhoud:

Nederlands
Spaans
spek [o] {zn.}
manteca [v] (la ~)
dempen, vullen, invullen, spekken, stoppen, volmaken, volschenken {ww.}
llenar

ik spek

yo lleno
» meer vervoegingen van llenar

bevoorraden, provianderen, spekken, stijven, voorzien van {ww.}
proveer
abastecer

ik spek

yo proveo
» meer vervoegingen van proveer