Vertaling van stoel

Inhoud:

Nederlands
Spaans
stoel [m], zetel [m] {zn.}
silla [v] (la ~)
Neem de andere stoel!
¡Tome la otra silla!
Deze stoel is lelijk.
Esta silla es fea.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Spaans

Neem de andere stoel!

¡Tome la otra silla!

Deze stoel is lelijk.

Esta silla es fea.

Hij stond achter de stoel.

Se paró detrás de la silla.

Deze stoel moet gerepareerd worden.

Esa silla necesita ser reparada.

De stoel staat dicht bij de deur.

La silla está cerca de la puerta.

Er zat een kat op de stoel.

Un gato estaba sentado en la silla.

U mag op de stoel gaan zitten.

Podrías sentarte en la silla.

De jongen zat op een stoel.

El chico se sentó en una silla.


Gerelateerd aan stoel

zetel