Vertaling van tros
Inhoud:
Nederlands
Spaans
tros {zn.}
calabrote
tros {zn.}
guindaleza
kabel, tros {zn.}
cable
ris, rist, tros {zn.}
racimo
trein, tros {zn.}
tren
De trein kwam aan in Londen.
El tren llegó a Londres.
Misschien heeft hij de trein gemist.
Puede que haya perdido el tren.