Vertaling van uitwassen

Inhoud:

Nederlands
Spaans
de was doen, wassen, uitwassen {ww.}
lavar

ik zal uitwassen
jij zult uitwassen
hij/zij/het zal uitwassen

yo lavaré
lavarás
él/ella lavará
» meer vervoegingen van lavar

Ze wou de vuile kleren wassen.
Ella quería lavar la ropa sucia.


Gerelateerd aan uitwassen

de was doen - wassen