Vertaling van zien
wij zien
jullie zien
zij zien
nosotros vemos
vosotros veis
ellos/ellas ven
» meer vervoegingen van ver
Voorbeelden in zinsverband
Henry wilt je zien.
Un tal Henri quiere verle.
We zullen zien.
Veremos.
Eerst zien, dan geloven.
Ver es creer.
Kan je het zien?
¿Puedes verlo?
Ik zal hem morgen zien.
Le voy a ver mañana.
Ik wil de film zien.
Quiero ver la película.
Ik moet wel dingen zien.
Debo estar viendo cosas.
Ik heb hem zien rennen.
Lo vi correr.
Hebt ge hem zien buitengaan?
¿Le viste salir?
Ik ben blij je te zien.
Me alegro de verte.
Ik ben blij je weer te zien.
Me alegro de verte de nuevo.
Laat eens zien wat je gekocht hebt.
¿Me mostrarías lo que has comprado?
Laat me nog eens een voorbeeld zien.
Enséñame otro ejemplo.
Ik zou mijn zoon willen zien.
Me gustaría ver a mi hijo.
We konden niets zien, behalve mist.
No pudimos ver nada más que niebla.