Vertaling van aanrichten

Inhoud:

Nederlands
Frans
aanrichten, arrangeren, ordenen, regelen {ww.}
disposer 
accommoder 
arranger 

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

je disposerai
tu disposeras
il/elle disposera
» meer vervoegingen van disposer

aandoen, aanrichten, stichten, teweegbrengen, veroorzaken {ww.}
procurer 
déterminer 
entraîner des conséquences
causer 

ik zal aanrichten
jij zult aanrichten
hij/zij/het zal aanrichten

je procurerai
tu procureras
il/elle procurera
» meer vervoegingen van procurer



Gerelateerd aan aanrichten

arrangeren - ordenen - regelen - aandoen - stichten - teweegbrengen - veroorzaken