bodem [m], achtergrond [m], grond [m], ondergrond {zn.}
Er is nog wat wijn op de bodem van het glas.
Il reste un peu de vin au fond du verre.
Als je goed kijkt dan zie je dat de doos een valse bodem heeft.
Si vous regardez avec attention, vous verrez que la boîte est munie d'un double fond.