Vertaling van besparen

Inhoud:

Nederlands
Frans
bezuinigen, sparen, besparen, uitsparen, uitwinnen, uitzuinigen {ww.}
économiser 
épargner 

wij besparen
jullie besparen
zij besparen

nous économisons
vous économisez
ils/elles économisent
» meer vervoegingen van économiser

Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.
Tu devrais toujours économiser de l'argent en prévision de périodes de vaches maigres.


Gerelateerd aan besparen

bezuinigen - sparen - uitsparen - uitwinnen - uitzuinigen