Vertaling van bot

Inhoud:

Nederlands
Frans
bot, cru, grof, onbehouwen, onbewerkt, rauw, ruig, snauwerig {bn.}
brut 
cru 
grossier 
rustique 
bot, dom, onbenullig, schaapachtig, stom, zwakhoofdig {bn.}
idiot 
sot 
stupide 
bot, stomp {bn.}
mousse 
émoussé
contondant
sourd 
terne
éteint
obtus 
engourdi
doux 
mat 
been [o], bot [o], knok [m], schonk [v], graat [v] {zn.}
os  [m] (l' ~)
Hij gaf de hond een bot.
Il donna un os au chien.


Gerelateerd aan bot

cru - grof - onbehouwen - onbewerkt - rauw - ruig - snauwerig - dom - onbenullig - schaapachtig - stom - zwakhoofdig - stomp - been - knok