Vertaling van droom

Inhoud:

Nederlands
Frans
droom [m], dagdroom [m], wensdroom {zn.}
rêve  [m] (le ~)
Ik leef mijn droom.
Je vis mon rêve.
Ik heb een droom.
J'ai un rêve.
droom [m] {zn.}
rêve  [m] (le ~)
songe  [m] (le ~)
De droom is werkelijkheid geworden.
Le rêve est devenu réalité.
Ik droom ervan een leraar te worden.
Je rêve de devenir enseignante.
dromen, mijmeren {ww.}
songer 
rêver éveillé 

ik droom

je songe
» meer vervoegingen van songer

dromen {ww.}
rêver 
songer 

ik droom

je rêve
» meer vervoegingen van rêver

Ge doet mij dromen.
Tu me fais rêver.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Droom ik?

Suis-je en train de rêver ?

Slaapwel. Droom zoet.

Bonne nuit. Fais de beaux rêves.

Ik heb een droom.

J'ai un rêve.

De droom is werkelijkheid geworden.

Le rêve est devenu réalité.

Ik droom ervan een leraar te worden.

Je rêve de devenir enseignante.

Haar droom is om Parijs te bezoeken.

Son rêve est de visiter Paris.

Mijn droom is om in een spaceshuttle te reizen.

Mon rêve c'est de voyager dans une navette spatiale.

Hij kwam naar Tokyo met een grote droom.

Il vint à Tokyo avec un grand rêve.


Gerelateerd aan droom

dagdroom - wensdroom - dromen - mijmeren