Vertaling van gezicht
ik heb gezicht
jij hebt gezicht
hij/zij/het heeft gezicht
j'ai fauché
tu as fauché
il/elle a fauché
» meer vervoegingen van faucher
Voorbeelden in zinsverband
Woede tekende zich af op zijn gezicht.
La colère se traduisait sur son visage.
Ryoko heeft een schattig klein gezicht.
Ryoko a une jolie petite frimousse.
Zij sloeg hem in het gezicht.
Elle le frappa au visage.
Zij sloeg hem in het gezicht.
Elle le gifla.
Hij veegde het zweet van zijn gezicht af.
Il essuya la sueur de son visage.
Ik was altijd mijn gezicht met water en zeep.
Je me lave toujours le visage avec de l'eau et du savon.
Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.
Il est tombé amoureux d'elle au premier regard.
Iets in zijn gezicht herinnerde mij aan een oude vriend van mij.
Quelque chose dans son visage me rappelle réellement un de mes anciens amoureux.