Vertaling van hebben

Inhoud:

Nederlands
Frans
hebben, erop nahouden {ww.}
avoir 

wij hebben
jullie hebben
zij hebben

nous avons
vous avez
ils/elles ont
» meer vervoegingen van avoir

Hij beweerde het ongeval gezien te hebben.
Il affirma avoir vu l'accident.
Ik zou graag een kat hebben.
Je voudrais avoir un chat.


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

We hebben gisteren getennist.

Nous avons joué au tennis hier.

Hebben jullie geen dorst?

N'avez-vous pas soif ?

We hebben geld nodig.

Nous avons besoin d'argent.

We hebben geen suiker.

Nous n'avons pas de sucre.

Wij hebben genoeg tijd.

Nous avons assez de temps.

We hebben geen suiker.

Nous n'avons pas de sucre.

We hebben veel tijd.

Nous disposons de beaucoup de temps.

We hebben geen suiker.

Nous n'avons pas de sucre.

We hebben twee oren.

Nous avons deux oreilles.

Dat zou ik gezegd hebben.

C'est ce que j'aurais dit.

We hebben te veel lessen.

Nous avons trop de classes.

Waar hebben jullie over gesproken?

De quoi parliez-vous ?

We hebben geen extra geld.

Nous n'avons pas d'argent de reste.

Dan hebben we een probleem...

Alors il y a un problème...

We hebben niet gesproken gisteren.

Nous n'avons pas parlé hier.


Gerelateerd aan hebben

erop nahouden