Vertaling van hebben
wij hebben
jullie hebben
zij hebben
nous avons
vous avez
ils/elles ont
» meer vervoegingen van avoir
Voorbeelden in zinsverband
We hebben gisteren getennist.
Nous avons joué au tennis hier.
Hebben jullie geen dorst?
N'avez-vous pas soif ?
We hebben geld nodig.
Nous avons besoin d'argent.
We hebben geen suiker.
Nous n'avons pas de sucre.
Wij hebben genoeg tijd.
Nous avons assez de temps.
We hebben geen suiker.
Nous n'avons pas de sucre.
We hebben veel tijd.
Nous disposons de beaucoup de temps.
We hebben geen suiker.
Nous n'avons pas de sucre.
We hebben twee oren.
Nous avons deux oreilles.
Dat zou ik gezegd hebben.
C'est ce que j'aurais dit.
We hebben te veel lessen.
Nous avons trop de classes.
Waar hebben jullie over gesproken?
De quoi parliez-vous ?
We hebben geen extra geld.
Nous n'avons pas d'argent de reste.
Dan hebben we een probleem...
Alors il y a un problème...
We hebben niet gesproken gisteren.
Nous n'avons pas parlé hier.