Vertaling van huilen

Inhoud:

Nederlands
Frans
huilen, krijten, schreien, wenen {ww.}
pleurer 

wij huilen
jullie huilen
zij huilen

nous pleurons
vous pleurez
ils/elles pleurent
» meer vervoegingen van pleurer

Ik deed hem wenen.
Je le fis pleurer.
Je stem deed me huilen.
Ta voix m'a fait pleurer.
bassen, huilen {ww.}
aboyer 
brullen, huilen {ww.}
hurler 

wij huilen
jullie huilen
zij huilen

nous hurlons
vous hurlez
ils/elles hurlent
» meer vervoegingen van hurler



Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Frans

Tom was aan het huilen.

Tom pleurait.

Je stem deed me huilen.

Ta voix m'a fait pleurer.

Alleen gelaten begon het kleine meisje te huilen.

Laissée seule, la petite fille se mit à pleurer.


Gerelateerd aan huilen

krijten - schreien - wenen - bassen - brullen